Carlos diSarli

disarlipodesta

Pianist, componist, orkestleider

geboren 7 januari 1903 gestorven 12 januari 1960
bijnaam: ‘El Señor del Tango’



Carlos diSarli is een bijzondere man in de tango. Zijn tango-orkest is waarschijnlijk het beste uit de tango-geschiedenis. Hoewel het orkest duidelijk anders klinkt in verschillende perioden, blijft het altijd herkenbaar. De muziek heeft een zeer ruimtelijke sfeer, de klank is altijd stijlvol. DiSarli verstaat als geen ander de kunst van het weglaten en daarbij verbind zijn pianospel de ene ruimte met de andere. De tango van diSarli gaat vooral om ruimte creëren. Ruimte voor de melodie, ruimte voor de zanger en ruimte voor de tango-danser om te interpreteren.

 

Het orkest kent 3 perioden:

 

Guardia vieja (oude stijl) 1927-1932

De tango is volop in ontwikkeling, vooral op muziekgebied. In die tijd wordt vooral de melodie gebruikt als leidraad voor het arrangement. De zanger krijgt niet meer dan een couplet en/of een refrein te zingen. De baspartijen van de oude diSarli opnamen zijn zeer prettig voor beginnende dansers. De duidelijke eerste tel wordt gestreken en valt daarmee samen met de afzet in de pas.

 

Orquesta diSarli 1930: ‘Criollo viejo’ instrumentaal

 

De ‘Epoca de oro’ met de embleemzangers

 

Roberto Rufino (1939-1943)rufino

Het succes van de rentree van diSarli’s orkest in 1939 is mede te danken aan zanger, Roberto Rufino. Deze zanger had de juiste stem voor diSarli’s klankkleur. Hoewel het tempo van de tango in die jaren behoorlijk sneller was dan voorheen verloor diSarli nooit het gevoel voor ruimte. De eerste viool heeft een belangrijke rol maar speelt nooit echt een solo. Alles in dienst van de muziek én de tangodansers. Dit is een ‘met goud omlijnde’ bladzijde in de tango-geschiedenis.

 

Orquesta diSarli 1941: ‘La Torcacita’ instrumentaal

 

Alberto Podesta (1942,1944 en 1947)Alberto Podesta

Deze populaire tango-zanger werd tot drie keer weggekocht bij een ander orkest. Na zijn eerste hit met Miguel Calo ‘Yo soy el tango’. Na zijn allerbeste opnames met Pedro Laurenz en na zijn carriere met zijn jeugdvrienden Francini en Pontier. Alberto Podesta is wellicht de meest succesvolle tangozanger van de jaren ‘40.

 

Jorge Duran (1945-1946)

De stem van Duran is van een zeer subtiele kwaliteit. Het is niet een stem die bij de eerste keer meteen opvalt. Als je de tango’s met Jorge Duran vaker beluisterd gaat zijn stem steeds meer leven.

 

 

Vanaf 1951

De tango’s tussen 1935 en 1945 zijn, bij veel orkesten, sneller dan in de periode ervoor of erna. Dit is wat die periode zo aantrekkelijk maakt voor dansers.


serpa podesta sarli pomar rufino duran


Vanaf 1945 gaat het tempo omlaag en ontstaat er een nieuwe sfeer. Vooral Biagi, Fresedo, Sassone en diSarli hebben een vergelijkbare klank in die tijd. DiSarli maakt zeer smaakvolle keuzes in zijn arrangementen. De belangrijkste zangers tussen 1951 en 1956 zijn Mario Pomar en Oscar Serpa. (De lage, volle stem van Mario Pomar heeft mijn voorkeur.)

De muziek van diSarli uit deze periode is waarschijnlijk de meest gebruikte lesmuziek. Er zal ook maar zelden een salon zijn waar diSarli niet wordt gedraaid.

 

Orquesta diSarli 1955: ‘comme il faut’ instrumentaal

 

Er zijn enkele muzikanten het vermelden waard. Zo speelde de vermaarde violist Elvino Vardaro mee in de laatste drie jaar. De nu in België wonende bandoneonist Alfredo Marcucci speelde in diezelfde periode.

 

CarlosdiSarliCarlos diSarli is een ook een mysterieuze man. Zo lijkt hij blind te zijn. De zonnebril verbergt echter de gevolgen van een ongeluk met een geweer in zijn jeugd.

Ook blijft het gissen naar de rede waarom hij zijn orkest in de steek laat In 1933. DiSarli vertrekt naar Rosario om daar in het orkest van Juan Cambareri te spelen. In 1938 komt hij terug naar Buenos Aires en hergroepeerd zijn orkest. De grote doorbraak is in december 1939.

In 1948 stopte diSarli om commerciële redenen (lekker vaag). Gelukkig brengt hij in 1951 zijn orkest weer bijeen.