Lucio Demare
pianist, componist en orkestleider
geboren op 9 augustus 1906 overleden op 6 maart 1974
In 1938 brengt deMare zijn eerste eigen orkest samen. Dit orkest is qua klank vergelijkbaar met het orkest van Miguel Calo. Voor een periode van 10 jaar heeft het orkest succes. Bij de tangodansers is vooral het jaar met zanger Raúl Berón zeer bekend. Na 1948 ebt het succes weg en gaat Lucio deMare vooral als solist verder. Hij componeerde veel filmmuziek.
Zijn bekendste tango’s zijn; Malena, Manana zarpa un barco, Tal vez sera su alcohol (later; Tal vez sera su voz), Dandy en Pa mi es Igual.
Op z’n 6e zat hij voor het eerst aan de piano en op z’n 8ste verdiende hij zijn eigen geld als pianist. In de bioscoop begeleide hij stomme films. De kleine Lucio speelde van 2 uur ’s middags tot middernacht. Er waren veel jonge muzikanten die langs deze weg hun carrière zijn begonnen. In de bioscoop werd van allerlei muziek gespeeld behalve tango. De tango hoorde in bepaalde delen van de stad bij bepaalde mensen en moest Buenos Aires nog veroveren.
Het eerste serieuze orkest waar deMare in speelt is een Jazz orkest. In de Cine Real speelden drie orkesten op verschillende podiums. Eén orkest in de bak, een jazz orkest en een tango orkest op een kleiner podium aan weerszijde van het grote podium. Carabelli haalde deMare over om te spelen in het ‘El Tabaris’ cabaret. Hij was toen 16 en droeg nog een korte broek. Om in het cabaret te kunnen spelen moest hij eigenlijk 18 zijn. Het koste hem de nodige moeite om zijn Italiaanse moeder te overtuigen dat hij een lange broek moest hebben, ook al was hij nog geen 18.
In El Tabaris speelde ook het bekende orkest van Francisco Canaro. Demare probeerde wat tango’s en vond het leuk. Minotto de Cicco leerde hem alles over het spelen van de tango. Dat moest ’s nachts gebeuren als orkestleider Francisco Canaro naar huis was. Canaro wilde geen uitwisseling van tango en jazz muzikanten. Toen deMare vroeg of hij mee mocht op toernee in Europa vroeg Canaro; “wat wil je dan spelen?” vanaf het tegenoverliggende podium antwoordde deMare: “ik wil tango spelen”. Canaro zei; “je kunt helemaal geen tango spelen”. Demare antwoordde:”ik heb geoefend en vind het leuk”. Canaro antwoordde niet. Pas een paar maanden later vroeg Canaro of hij meewilde naar Parijs. Dit was het begin van een lange tijd in Parijs en Spanje. In Spanje werkt hij samen met Fugazot en Irusta. Demare vind een trio te beperkt en wil graag in een orkest spelen. Hij sluit weer aan bij Canaro en keert in 1936 terug naar Buenos Aires.
Een uitgebreid interview met Lucio deMare over deze periode kun je vinden op Todo Tango.
english
nederlands