Miguel Calo
gestorven: 24 mei 1972
Bandoneonist, componist en orkestleider
Miguel Caló brengt in de jaren dertig jonge getalenteerde muzikanten samen die elk individueel een stempel drukken op de verdere verloop van de tangogeschiedenis.
Caló begint zijn carrière als bandoneonist in verschillende orkesten waaronder dat van Osvaldo Fresedo en later Francisco Pracánico. In 1929 brengt hij zijn eerste orkest samen maar breekt dat ook weer op om te gaan touren met Catúlo Castillo. Bij terugkomst in BsAs brengt hij het orkest weer samen maar breekt het na korte tijd weer op om met Fresedo te touren door Amerika.
In 1932 maakt Miguel Caló zijn eerste eigen opnames. Milonga Porteño en Amarguras met zanger Roman Prince. Het vervolg is wat rommelig maar krijgt een belangrijke wending met de komst van pianist Miguel Nijensohn in 1934. In deze periode is de zanger Carlos Dante. Er zijn 18 opnames uit deze tijd. Opvallend is de manier waarop het orkest de melodie en het ritme in ballans brengt. Het doet denken aan de manier waarop Shubert zijn liederen begeleid.
In deze periode komt ook Argentino Galván bij het orkest. Deze violist/arrangeur begint een revolutie in de manier waarop de vioolsolo’s worden geschreven. Hij schrijft ze als kleine symfonieën. Hijzelf was niet zo’n goede violist maar zijn collega Raúl Kaplún was dat wel. Galván schreef Kaplún naar grote hoogte. Als je deze vioollijnen eenmaal herkent dan zijn dat telkens momenten voor kippevel. Deze stijl van spelen wordt later overgenomen en geperfectioneerd door Enrique Francini (tussen ‘40 en ‘45 bij Calo).
De periode tussen ‘40 en ‘45 zijn een met goud omrande hoofdstuk in de tango. De opnamen met Alberto Podestá (17 jaar oud) zijn zo’n succes dat hij wordt weggekaapt door Carlos diSarli. Het vervolg door Raul Berón is niet meteen zeker. Berón is eigenlijk geen tangozanger en de producenten zijn zeer kritisch na zijn eerste opnamen. Caló besluit hem te ontslaan. Meteen daarop werd ‘al compas del corazon’ zo’n hit dat Beron direct weer werd aangenomen. Met Raul Berón neemt Calo de mooiste tango’s op. Raul Berón vertrekt naar Lucio Demare en wordt vervangen door Jorge Ortiz. Ortiz past echter niet goed in het orkest en gaat weer terug naar Rodolfo Biagi. Podestá komt dan nog kort terug, maar vertrekt dan naar Pedro Laurenz. Raul Iriarte is de opvolger.
Orquesta Miguel Calo 1943: ‘Elegante papirusa’, instrumentaal
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Muzikaal gezien zijn Enrique Francini, Armando Pontier en Osmar Maderna de sterren in het orkest. Naast hen zitten ook Domingo Federico, Julian Plaza, Eduardo Rovira en Jose Cambareri op bandoneon en Antonio Rodio en Nito Farace op viool en Ariel Pedernera op contrabas. Al deze muzikanten hebben later een eigen orkest gehad.
In 1945 valt het orkest uiteen met het vertrek van Iriarte en Maderna. Vervolgens vertrokken ook Francini en Pontier. Miguel Caló hield een uitgehold orkest over en heeft nooit meer het niveau gehaald als de periode ervoor.
In 1963 wordt de oude groep herenigd en er worden weer nieuwe opnamen gemaakt. Vooral ‘que valta que me haces’ is zeer de moeite waard.


english
nederlands